Inloggen





FRIESLAND TIJDENS DE REPUBLIEK


  • In 1477 had de hele provincie Friesland slechts 70.000 inwoners, tegen Brabant 413.000.
  • Friesland kende de Vetkopers en Schieringers, vergelijkbaar met de Hoeken en Kabeljauwen in Utrecht. Een strijd tussen de adel en patriciërs.
  • Tijdens het Habsburgse bewind, toen Friesland tot het Bourgondische rijk behoorde, kende de provincie al een stadhouder.
  • Friesland heeft zijn eigen taal behouden, dit in tegenstelling tot alle andere provincies waar vooral door de boekdrukkunst in de 16 eeuw een gelijkheid ontstond in een soort compromis Nederlands.
  • Het kloosterleven was in Friesland rond 1500 sterk ontwikkeld, met 2% van de bevolking als kloosterling.
  • Maatregelen tegen de reformatie leidde in Friesland in 1530 tot verbranding van de eerste ketter.
  • Het protestantisme was eigenlijk een opstand tegen het Habsburgse keizerrijk en de hagenpreken die ontstonden maakten snel duidelijk dat de opstand niet te keren was.
  • De beeldenstorm bereikte ook Friesland na augustus 1566 en overal werden protestantse kerkdiensten ingesteld.
  • Alva onderdrukte de protestanten nog een tijdje, doch in 1578 stortte de katholieke kerk in Friesland geheel in en leefde het protestantisme openlijk op.
  • Overigens bleven er in Friesland edelen en regenten katholiek en boden priesters op hun landgoederen onderdak. Al was in Friesland en Zeeland de vervolging van katholieken zo rond 1620 het hevigst de provincie kende toen toch nog 19 katholieke priesters. Utrecht 50 en Twente 25.
  • In augustus 1579 tekenden de Staten van Friesland het verdrag voor toetreding tot de Unie van Utrecht. Dit betekende sluiting van de katholieke kerken.
  • In de ±1580 ingestelde Raad van State had Friesland eveneens een zetel. Overijssel, Gelderland en Groningen aanvankelijk niet.
  • In 1577 werd een college van Gedeputeerde Staten opgezet voor het bestuur van de provincie.
  • Aan de kosten van de generaliteit droeg Friesland tijdens de Republiek gemiddeld 12% bij, tegen Holland 60%.
  • Na de dood van Willem de Zwijger, die stadhouder was van alle noordelijke provincies, kreeg Friesland weer een eigen stadhouder t.w. Willem Lodewijk.
  • In Friesland maakten de stedelijke bevolking een veel kleiner deel van het totaal uit dan bijvoorbeeld in Holland.
  • Na de verkoop van het kerkelijk grondbezit in 1638-40 raakte bijna alles in handen van de Friese adel. Dit waren zo'n 50 families. midden 17e eeuw.
  • In 1672 namen de Fransen en Münsters een groot deel van de republiek in, met uitzondering van Friesland.
  • In 1675 werd Hendrik Casimir meerderjarig en stadhouder. De Friese Staten verklaarden meteen het stadhouderschap erfelijk.
  • Vanaf 1613 had Friesland een van de 20 zetels in de Amsterdamse kamer, die op hun beurt weer de Heren van XVII bevolkten, die de bestuurders waren van de V.O.C. . Dit alles om beleggers uit nadere provincies dan Holland en Zeeland de een stem te geven.
  • De familie Casimir was een van de belangrijkste van Friesland en waren stadhouder van de provincie. Later is een persoon van deze familie, Johan Willem Friso Casimir, Willem Van Oranje Nassau genoemd en prins van Oranje geworden, omdat stadhouder prins Willem III kinderloos stierf. De Casimirs waren ver familie van de Van Oranje Nassau's in die tijd. Over de titel prins van Oranje was strijd met de koning van Pruisen, die eveneens deze titel opeiste. Uiteindelijk is een compromis gesloten en na een grondruil deze titel naar beiden gegaan. Deze stadhouder uit de nalatenschap van Willem III stierf vrijwel meteen hierna, doch zijn echtgenote was zwanger en baarde een zoon, die op zijn 18e in 1729 als Willem IV stadhouder door erfopvolging van Friesland werd.
  • In 1714 kende Friesland 129.000 inwoners en een zesde van de mannelijke bevolking was zeeman.
  • Landwinning was er al vanaf 1610 ongeveer. Doch de mate waarin daalde in de tweede helft van de 17e eeuw.
  • Harlingen was de belangrijkste nijverheidsstad van Friesland.
  • In 1744-5 doodde de veepestepidemie alleen in Friesland al 135.000 stuks vee en de veepestepidemie van 1769 nog eens 90.000 stuks. Dit waren de ernstigste natuurrampen die het platteland troffen.
  • na 1750 breidde de aardappelteelt zich krachtig uit in de republiek, ook in Friesland.
  • In Leeuwarden werd een groot deel van het in Friesland gedronken bier gebrouwen. Het aantal brouwerijen slonk er van 50 in 1700 naar 18 in 1760.
  • De joden waren in Friesland nadrukkelijk aanwezig echter op het platteland nauwelijks.
  • In de unitarische grondwet van 1798 van de Bataafse republiek werden de provincies opgeheven en werden departementen gepland. Friesland werd met Groningen het nieuwe departement Eems. Dit alles vanwege de Franse overheersing van de Bataafse republiek. Dit kwam evenwel niet van de grond en na 1801 werden de oude provinciegrenzen weer hersteld.
DONEER
vanaf €5,- met een aanvink-optie voor geheel anoniem doneren


Een SPREKER nodig?

Bel de voorzitter
06-18878673





Zie ons kanaal op:


»Plaats een reactie op onze site



Geef uw emailadres op en ontvang onze mailingen


© 2000-2017 De Republikeinen